Het Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden;

BESLUIT:

vast te stellen het volgende:

REGLEMENT, regelende het aanbieden van afvalstoffen op het afvalbrengstation aan:

  1. Boezem 3 te Gorinchem
  2. Transportweg 6 te Groot-Ammers
  3. Schrank 10 te Hardinxveld-Giessendam;
  4. Handelstraat 15 te Leerdam.
  5. Sportlaan 4 te Vianen

Hoofdstuk 1 - Algemeen

Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

“het afvalbrengstation” het terrein waar huishoudelijk afval wordt gelost in daarvoor bestemde containers.

“bestuur” het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden.

“de directeur” de directeur van Reinigingsdienst Waardlanden of diens vervanger

“de coördinator” de coördinator of vervangers van de coördinator van Reinigingsdienst Waardlanden.

“de beheerder” degene die, onder verantwoordelijkheid van de coördinator, belast is met de supervisie op het afvalbrengstation.

“aanbieder” degene die afvalstoffen aanbiedt op het afvalbrengstation.

“vervoerder” degene, niet in dienst bij Reinigingsdienst Waardlanden, die containers met afvalstoffen afvoert naar plaatsen waar deze afvalstoffen worden verwerkt of overgeslagen.

“afvalstoffen” alle afvalstoffen, preparaten of andere producten, waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of moet ontdoen.

“inwoner van verzorgingsgebied Reinigingsdienst" degene die is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gebied Reinigingsdienst gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden en van de voormalige gemeente Lingewaal die afvalstoffenheffing betaalt.

“bedrijven” alle rechtspersonen en zelfstandigen zonder personeel, niet zijnde “inwoner van verzorgingsgebied Reinigingsdienst”.

“bedrijfsafval” kantoor-, winkel-, en dienstenafval volgens de definities zoals omschreven in de Wet milieubeheer met uitvoeringsvoorschriften.

“weigeringsformulier” zie bijlage 1 (via download button)

“rapport van bevinding” zie bijlage 2 (via download button)

Hoofdstuk 2 - Bepalingen geldend voor het afvalbrengstation

Paragraaf 2.1 - Bepalingen voor de aanbieder

Artikel 2.1.1 Het is alleen toegestaan afvalstoffen aan te bieden op het afvalbrengstation indien de afvalstoffen vallen binnen de geldende vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer. Bovendien moet aan de in dit reglement gestelde eisen worden voldaan.

Artikel 2.1.2 De aanbieder van afvalstoffen dient bij het aanbieden van afvalstoffen te allen tijde een legitimatiebewijs te kunnen tonen.

Artikel 2.1.3 De aanbieder is verplicht bij aankomst binnen het afvalbrengstation dit reglement en de aanwijzingen verstrekt door de beheerder of aangegeven middels borden op te volgen. De aanwijzingen dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd. Tevens is op het terrein het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van toepassing.

Artikel 2.1.4 Indien dit reglement dan wel de aanwijzingen door of namens de directeur, de coördinator of de beheerder niet worden opgevolgd, zijn zij bevoegd de aanbieder de toegang tot het afvalbrengstation te verbieden.

Artikel 2.1.5 Het bestuur, de directeur, de coördinator of de beheerder kan besluiten, bepaalde afvalstoffen tijdelijk niet te accepteren, indien de omstandigheden op en rond het afvalbrengstation daartoe aanleiding geven. Hiervan wordt een weigeringsformulier opgemaakt. De aanbieder neemt kennis van de weigering en de beheerder stelt binnen een week een rapport van bevinding op. Wanneer tijdelijk bepaalde afvalstoffen niet geaccepteerd mogen of kunnen worden, zal dit op de website www.waardlanden.nl gepubliceerd worden.

Artikel 2.1.6 Afvalstoffen dienen gedurende de door het bestuur vastgestelde openingstijden, zoals vermeld op het bord bij de toegang van het afvalbrengstation, te worden aangeboden. Afwijkingen van bovengenoemde openingstijden worden tijdig, middels publicatie in de plaatselijke bladen en de website www.waardlanden.nl, bekend gemaakt.

Artikel 2.1.7 Het is verboden op of rond het afvalbrengstation afvalstoffen te plaatsen of te storten op een andere plaats of wijze dan bij of krachtens dit reglement is bepaald.

Artikel 2.1.8 Het vervoeren en storten van afvalstoffen dienen op een zodanige wijze plaats te vinden dat geen verontreiniging van de toegangswegen, het afvalbrengstation of de omgeving daarvan ontstaat.

Artikel 2.1.9 Wijze van aanbieden door de aanbieder: 

  1. De aanbieder registreert zich bij de aanmeldzuil. (niet van toepassing in Groot-Ammers)
  2. De aanbieder meldt zich bij de beheerder.
  3. De aanbieder is verplicht over het aangeleverde afval gevraagde inlichtingen te verstrekken aan de beheerder en de beheerder geeft aanwijzingen.
  4. Gemorst afval moet door de aanbieder zelf worden opgeruimd.
  5. Nadat de afvalstoffen zijn gestort, moet de aanbieder met zijn voertuig onmiddellijk het afvalbrengstation verlaten.
  6. Het uitsorteren van afvalstoffen zonder toestemming van de beheerder is verboden.
  7. Het is verboden om goederen, welke zich op het afvalbrengstation bevinden, mee te nemen. 

Artikel 2.1.10 Toegang tot het afvalbrengstation:

  • Het is verboden zich buiten de door het bestuur vastgestelde tijden op het afvalbrengstation te bevinden.
  • Personen jonger dan 12 jaar worden alleen op het afvalbrengstation toegelaten in een voertuig. Ze mogen dit voertuig tijdens het aanbieden van de afvalstoffen niet verlaten
  • Andere personen dan aanbieders van afvalstoffen mogen zich zonder toestemming van de beheerder niet op het afvalbrengstation ophouden.
  • Het is verboden met een bedrijfsauto met grijs kenteken afval te komen brengen.
  • Het is verboden om met een tractor afval te komen brengen.

Artikel 2.1.11 Het is voor eenieder verboden op het afvalbrengstation de navolgende stoffen aan te bieden:

  • Stoffen, die gevaar opleveren door zelfontbranding, ontploffing, besmetting en/of straling;
  • Stoffen die overmatige stank verspreiden of ongedierte bevatten;
  • Hete as;
  • Autowrakken en gedeelten daarvan;
  • Asbest anders dan in artikel 2.1.13 beschreven;
  • Grond;
  • Kadavers;
  • Bedrijfsmatig wit- en bruingoed.

Artikel 2.1.12 Het is voor bedrijven en voor niet-inwoners van het verzorgingsgebied Reinigingsdienst verboden afvalstoffen aan te bieden.

Artikel 2.1.13 Asbest en asbesthoudende stoffen moeten op de volgende wijze worden aangeboden:

  • Niet meer dan 35 m2 per kwartaal;
  • Onder het overleggen van de sloopmelding;
  • Verpakt in dubbelzijdig plastic van minimaal 0,2 mm dik;
  • Afgeplakt met watervast plakband;
  • Voorzien van de waarschuwing “Pas op gevaarlijk, bevat ASBEST”.

Het plastic en plakband worden op verzoek door Reinigingsdienst Waardlanden verstrekt. Asbesthoudende stoffen mogen niet in of in de nabijheid van de inrichting worden ingepakt.

Artikel 2.1.14 Kadavers worden niet geaccepteerd en kunnen tegen betaling van het geldende tarief worden aangeboden bij het Dierenasiel Gorinchem gelegen aan de Haarweg 1 te Gorinchem.

Artikel 2.1.15 Klein gevaarlijk afval dient men in te leveren bij het klein gevaarlijk afvaldepot op het afvalbrengstation. De aanbieder moet het afval in handen van de beheerder geven. Tevens moet hij aangeven welke stoffen worden aangeboden. Bij klein gevaarlijk afval waarvan de samenstelling niet bekend is, wordt het afval op kosten van de aanbieder in bewaring genomen. Dit wordt opgenomen in een rapport van bevinding. Vervolgens wordt het afval geanalyseerd en indien mogelijk bij een verwerker aangeboden. De kosten die samenhangen met het opslaan, analyseren en verwerken van het afval zijn geheel voor de aanbieder. Is na analyse het soort afval nog onbekend dan dient de aanbieder zijn afval zelf te verwijderen van het afvalbrengstation. Dit artikel is niet van toepassing voor het afvalbrengstation Leerdam en Groot-Ammers.

Artikel 2.1.16 Wit- en bruingoed moet in een dergelijke staat aangeboden worden dat het redelijkerwijze compleet te noemen is. Het wit- en bruingoed behoeft geen werkende staat te hebben. Detaillisten kunnen toestemming van de directeur vragen om wit- en bruingoed van hun klanten gratis in te leveren op het afvalbrengstation, onverlet hetgeen in artikelen 2.1.11 en artikel 2.1.12 is voorgeschreven.

Artikel 2.1.17 Het bestuur, de directeur, de coördinator of de beheerder kan in bijzondere omstandigheden een uitzondering verlenen op het verbod als bedoeld in artikel 2.1.10 om met een bedrijfsauto met grijs kenteken afval te komen brengen. De aanbieder die met een bedrijfsauto met grijs kenteken huishoudelijk afval komt brengen, dient dit tijdig bij het afvalbrengstation te melden. De beoordeling of sprake is van huishoudelijk afval wordt door de beheerder vastgesteld. Bij weigering wordt het weigeringsformulier in bijlage 1 opgesteld door de beheerder en aan de aanbieder overhandigd.

Paragraaf 2.2 - Bepalingen voor de vervoerder

Artikel 2.2.1 Buiten de openingstijden mogen vervoerders zich alleen op het terrein bevinden met uitdrukkelijke toestemming van de coördinator en met medeweten van de beheerder. Bij het oprijden en het verlaten van het terrein buiten openingstijden moeten de toegangshekken steeds gesloten worden.

Artikel 2.2..2 Het is voor vervoerders verboden om afvalstoffen te sorteren.

Artikel 2.2.3 Er mogen geen containers met afvalstoffen het terrein van het afvalbrengstation verlaten als de benodigde documenten zoals voorgeschreven door de overheid voor het vervoer van afvalstoffen niet of onvolledig zijn ingevuld.

Artikel 2.2.4 De vervoerder is verplicht bij aankomst binnen het afvalbrengstation dit reglement en de aanwijzingen verstrekt door de beheerder of aangegeven middels borden op te volgen.

Artikel 2.2.5 Indien dit reglement dan wel de aanwijzingen door of namens de directeur, de coördinator of de beheerder niet worden opgevolgd is de directeur, de coördinator en de beheerder bevoegd de vervoerder de toegang tot het afvalbrengstation te ontzeggen.

Artikel 2.2.6 Het vervoeren van afvalstoffen dient op een zodanige wijze plaats te vinden dat geen verontreiniging van de toegangswegen, het afvalbrengstation of de omgeving daarvan ontstaat.

Hoofdstuk 3 - Aansprakelijkheid

Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.1 De Reinigingsdienst Waardlanden aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van aanbieding van andere afvalstoffen dan, op basis van de Wet Milieubeheervergunning van het afvalbrengstation en van dit reglement, zijn toegestaan.

Artikel 2.3.2 Voor de gevolgen van het betreden van en het rijden op het terrein van het afvalbrengstation aanvaardt de Reinigingsdienst Waardlanden geen enkele aansprakelijkheid.

Artikel 2.3.3 De aanbieder en de vervoerder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade door hen, hun personeel, door hen aangewezen personen of door hun gebruikt materieel, dan wel de door hen aangevoerde afvalstoffen of andere stoffen aan het personeel van het afvalbrengstation. of aan in gebruik zijnde voorwerpen van derden, veroorzaakt.

Artikel 2.3.4 De aanbieder en de vervoerder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de kosten van het verwijderen en/of het tenietdoen van de door hen aangeboden stoffen.

Artikel 2.3.5 De aanbieder en de vervoerder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de kosten van het verwijderen en/of het tenietdoen van door hen aangeboden stoffen die naar het oordeel van de directeur, de coördinator, beheerder, lokale dan wel provinciale en/of landelijke overheid milieuaantasting tot gevolg zouden kunnen hebben wanneer deze niet verwijderd en/of tenietgedaan zouden zijn.

Artikel 2.3.6 De aanbieder en de vervoerder vrijwaren Reinigingsdienst Waardlanden tegen alle schadeaanspraken door henzelf of door derden, ongeacht de oorzaak van de schade. 

Hoofdstuk 4 - Ontzegging van de toegang

Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1 De directeur, de coördinator of de beheerder, is bevoegd de aanbieder of de vervoerder die in strijd handelt met de in dit reglement gestelde regels, de toegang tot het afvalbrengstation voor onbepaalde tijd te ontzeggen. De aanbieder of vervoerder neemt kennis van de weigering en de beheerder stelt binnen een week een rapport van bevinding op. De aanbieder wordt binnen een week door de Reinigingsdienst Waardlanden van de weigering op de hoogte gebracht.

Hoofdstuk 5 - Inwerkingtreding en intrekking

Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.1 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 juni 2019 met gelijktijdige intrekking van het reglement afvalbrengstation Waardlanden zoals vastgesteld op 13-12-2018. 

Hoofdstuk 6 - Slotbepaling

Paragraaf 2.6

Artikel 2.6.1 Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement afvalbrengstation Waardlanden”. 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 12 december 2019.

de secretaris
w.g. H. van den Brule
H. van den Brule

de voorzitter
w.g. C. Hendriksen
C. Hendriksen