Hier vind u antwoorden op veelgestelde vragen over het nieuwe beleid, afval scheiden en de afvalstoffenheffing.

Heeft u een andere vraag? Stel ons uw vraag. Wij helpen graag!

Nieuw afval- en grondstoffenbeleid

In onze vier gemeenten produceren we nu jaarlijks gemiddeld nog 232 kilogram restafval per inwoner per jaar. De komende jaren gaan we nog meer werk maken van minder afval. Deze willen we terugbrengen naar maximaal 100 kilogram per persoon per jaar.
Van de gemiddeld 232 kilogram afval per inwoner per jaar is 70 procent te recyclen tot nieuwe producten. Zo wordt gft compost of groen gas, oud papier wordt nieuw papier en van pmd kunnen we nieuwe verpakkingen en producten maken.

Omdat er steeds minder grondstoffen zijn, is het belangrijk dat we meer hergebruiken. Zo hoeven we minder nieuwe materialen uit de aarde te halen. En blijft er minder restafval over dat we moeten laten verbranden. Ook maakt de verbrandingsbelasting van Rijksoverheid restafval verbranden steeds duurder. Minder afval is dus belangrijk voor het milieu én voor de portemonnee.

Onze vier gemeenten willen meer circulair worden, dat wil zeggen meer hergebruik en minder restafval. Het nieuwe beleid draagt eraan bij om dit doel te behalen. De laatste keer dat het beleid is geactualiseerd was in 2014.

De circulaire doelstellingen van Rijkoverheid zijn vastgelegd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3). Alle overheden moeten hiermee bij de uitvoering van hun afvalbeheertaken rekening houden. Dit betekent dat zij de doelstellingen van Rijksoverheid moeten overnemen in de lokale beleidsplannen. Echte sancties voor het niet behalen van de rijksdoelstellingen zijn er niet. Wel is het zo dat Rijksoverheid een verbrandingsbelasting voor restafval heeft ingesteld. Hiermee stimuleert zij gemeenten zo veel mogelijk afval te scheiden en daardoor het restafval te beperken. Gemeenten die geen werk maken van de circulaire economie en dus veel restafval hebben, betalen meer verbrandingsbelasting dan gemeenten die wél werk maken van de circulaire economie.

Omdat er steeds minder grondstoffen zijn, is het belangrijk dat we meer hergebruiken. Zo hoeven we minder nieuwe materialen uit de aarde te halen. Hiervoor moeten we met elkaar veranderingen doorvoeren in alle schakels van de keten: te beginnen bij de winning van grondstoffen, de productie van goederen en (verpakkings)materialen tot de inzameling en verwerking van afgedankte goederen en materialen. Als we in het begin van de keten rekening houden met de verwerking van goederen en verpakkingen in de afdankfase, kunnen we met elkaar veel circulaire winst behalen.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Afvalbedrijven (VA) oefent op rijksniveau al veel invloed uit op producenten om hergebruikvriendelijke producten en materialen op de markt te brengen.

In het nieuwe beleidsplan stellen we een aantal maatregelen voor om de invloed van onze gemeenten op de landelijke discussiethema’s te vergroten. De gemeenten hebben ook een verantwoordelijkheid zich maximaal in te spannen om zoveel mogelijk grondstoffen gescheiden in te zamelen en te hergebruiken.

De gescheiden inzameling en verwerking van papier en karton, verpakkingsglas en blik liggen nu al op een zeer hoog niveau. Rond de 85 procent van deze materialen wordt al gerecycled. De gescheiden inzameling van plastic verpakkingen is in verhouding nieuw en nog volop in ontwikkeling.

De komende jaren gaan we werk maken van minder afval. En daar is uw hulp bij nodig!

Afval scheiden

Ja, zeker! In ons afval zitten belangrijke grondstoffen. Alle grondstoffen die we gescheiden inzamelen, worden apart verwerkt voor recycling. Dit geldt voor gft, oud papier, glas, textiel, plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken, batterijen en diverse grof huishoudelijke afvalstromen die u naar de milieustraat brengt.

Recycling is goed voor het milieu én voor de portemonnee. De gemeente krijgt een vergoeding voor de recyclebare stromen van afvalverwerkers. Alle inkomsten en lasten verwerkt de gemeente in de afvalstoffenheffing. Door beter scheiden van herbruikbare materialen kan deze zo laag mogelijk gehouden worden.

> Ontdek meer over het nut van afval scheiden

Nee! Alleen het afval uit de restafvalcontainer wordt verbrand in afvalverbrandingsinstallaties. De overige grondstoffen zoals gft, oud papier, glas, textiel, plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken, batterijen en diverse grof huishoudelijke afvalstromen die u naar de milieustraat brengt, worden verwerkt en gerecycled.

Afvalstoffenheffing

Met de invoering van het nieuwe beleidsplan krijgt u invloed op een deel van de afvalstoffenheffing. Dit deel is variabel en heet het recycletarief. Het is een nieuwe manier van de afvalstoffenheffing berekenen. Scheidt u grondstoffen goed en heeft u weinig restafval? Dan zijn uw kosten lager dan wanneer u slechter scheidt en veel restafval heeft.

Uw gemeente stelt de hoogte van de afvalstoffenheffing vast, dus van het vaste deel én het recycletarief. Natuurlijk houdt de gemeente rekening met bijzondere doelgroepen en mensen die buiten hun invloed extra restafval hebben.

We hebben berekend dat de exploitatielasten van het nieuwe inzamelsysteem met variabele heffing ongeveer even hoog zijn als de exploitatielasten van het inzamelsysteem op dit moment. Wel is er de eerste jaren sprake van ‘eenmalige implementatiekosten’ om het nieuwe systeem in te voeren.

Een recycletarief houdt in dat u gaat betalen per keer dat u de minicontainer voor restafval aan de straat zet of een restafvalzak in de ondergrondse restafvalcontainer gooit. Tegelijk met de invoering van het recycletarief verlaagd de gemeente het huidige vaste tarief. Daarmee maakt de gemeente de afvalstoffenheffing gedeeltelijk variabel. Scheidt u grondstoffen goed en heeft u weinig restafval? Dan zijn uw kosten lager dan wanneer u slechter scheidt en veel restafval heeft.

U betaalt dus niet per kilo (dus niet voor het gewicht), maar per keer dat u restafval aanbiedt. De afvalstoffenheffing gaat dus bestaan uit een vast tarief en een variabel geel. Het vaste tarief is voor iedereen gelijk. Op het variabele deel heeft u zelf invloed door uw afval goed te scheiden.

Uw gemeente stelt de hoogte van de afvalstoffenheffing vast, dus van het vaste tarief én het recycletarief. Natuurlijk houdt de gemeente rekening met bijzondere doelgroepen en mensen die buiten hun invloed extra restafval hebben.

Een recycletarief blijkt zeer goed te werken om inwoners te stimuleren hun afval te scheiden. Hierdoor de hoeveelheid restafval dat we moeten laten verbranden af. Daardoor draagt het zo goed mogelijk bij aan afvalbeheer circulair en duurzaam maken in de regio.

De ervaring bij andere gemeenten leert dat de doelstelling van 100 kilogram per inwoner per jaar niet haalbaar is zonder invoering van een recycletarief. Bijna alle gemeenten die op dit moment minder dan 100 kilogram per inwoner per jaar restafval hebben, hebben hiervoor een recycletarief ingevoerd. Voorbeelden daarvan in onze regio zijn de gemeenten in de Betuwe (AVRI-gemeenten), de gemeente Altena en de Hoeksche Waard (RAD).

Waar wij de term recycletarief gebruiken, noemen andere gemeenten het een variabel tarief.

Het is de bedoeling dat het recycletarief op 1 januari 2023 wordt ingevoerd in de gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam en Molenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden heeft nog niet besloten óf en, zo ja wanneer zij het recycletarief daar invoert. Dit zal in elk geval niet op 1 januari 2023 zijn.

[Update juli 2022]
Door schaarste aan grondstoffen, materialen en personeel moeten we de planning aanpassen. Deze planning leggen we eind september aan het bestuur voor. We gaan er van uit dat de vertraging beperkt zal.

Ja, die zijn er. Deze zijn ook voorgesteld in de strategienota, zoals extra containers voor glas en papier in de wijk, het verstrekken van een klein gft-bakje voor in de keuken en extra voorlichting over het nut en de noodzaak van afvalscheiding. Deze maatregelen alleen zijn niet voldoende om de circulaire ambities waar te maken.

De ervaring bij andere gemeenten die een recycletarief hebben ingevoerd, leert dat dit een tijdelijk probleem kan zijn. Als inwoners eenmaal gewend zijn aan het nieuwe tariefsysteem neemt het dumpen van zakken afval af, meestal na een maand of drie. Goede voorlichting over afval scheiden (wat hoort waar) en uitleg over hoe u zorgt voor minder restafval, helpt om het goed te doen. Hierdoor zullen minder mensen afval dumpen.

Sommige inwoners van buurgemeenten brengt hun restafval nu naar de vrij toegankelijke ondergrondse restafvalcontainers en milieustraten in onze gemeenten. Door de ondergrondse containers af te sluiten met een pasjessysteem en een recycletarief in te voeren, sluiten onze gemeenten aan op hoe de buurgemeenten het doen. Het afvaltoerisme zal daardoor eerder afnemen dan toenemen.

Door de invoering van een recycletarief gaan we ook misbruik van de ondergrondse containers door ondernemers tegen. Zij hebben dan geen financieel voordeel meer door hun afval gratis in de ondergrondse containers te gooien.

Het is zaak dit zo snel mogelijk op te ruimen, nadat er opsporingsonderzoek (handhaving) heeft plaatsgevonden. In het plan en de begroting is rekening gehouden met meer inzet van handhaving en opruimploegen. Overigens is de ervaring bij andere gemeenten dat afvaldump bijna nooit tot onbeheersbare situaties leidt. In de praktijk vallen deze negatieve effecten van een recycletarief dus mee.

Voor de invoering van een recycletarief moeten we het inzamelsysteem aanpassen. De kosten hiervan worden volledig ‘terugverdiend’ de uitsparing van verwerkingskosten van restafval. Dit is inclusief de andere extra lasten die bij een variabel tarief komen kijken, zoals kosten van dataverwerking, communicatie en handhaving.

Als we uitgaan van het gelijkheidsprincipe, dan kost iedere liter restafval evenveel. Het maakt niet uit of u dit afval in een minicontainer of een ondergrondse wijkcontainer aanbiedt.
Een afvalinworp van 60 liter in een wijkcontainer moet volgens het gelijkheidsprincipe dus een vierde van het tarief bedragen van het aanbieden van een 240 liter minicontainer.

Betalen per kilo is technisch gezien ingewikkelder en dus ook duurder om in te voeren dan betalen per keer dat u restafval aanbiedt. Verder is per keer betalen minder gevoelig voor misbruik. Als iemand anders afval in een restafvalcontainer gooit op het moment dat deze aan straat staat, dan heeft dit geen invloed op het te betalen bedrag. Het afval wordt namelijk niet gewogen.

Nee, deze zijn nog niet bekend. De tarieven zullen pas medio 2022 bepaald worden. Daarna moeten de gemeenteraden akkoord geven. In het beleidsplan is aangegeven dat het recycletarief ongeveer 15 procent % van het totale tarief gaat uitmaken.

Zolang we bijvoorbeeld luiers nog niet kunnen recyclen moeten ze bij het restafval. Met het recycletarief leidt dat tot extra hoge kosten. De vraag is of dat redelijk is. Huishoudens met baby’s hebben het extra luierafval voor een bepaalde periode en er ligt een bewuste keuze aan ten grondslag.
Dat geldt niet voor mensen met medisch afval.

Bij deze inwoners is het extra restafval voor onbepaalde tijd. En het is geen bewuste keuze. Veel gemeenten die een recycletarief hebben ingevoerd geven deze doelgroep daarom compensatie, bijvoorbeeld door hen voor een aantal restafvalaanbiedingen niet te laten betalen.

De exacte invulling van deze regeling voor de Waardlanden-gemeenten wordt in het kader van het doelgroepenbeleid nog verder uitgewerkt en voorgelegd aan de gemeenteraden.

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat mensen die vrijwillig zwerfafval opruimen financieel worden benadeeld. De gemeenten zijn juist heel erg blij met deze vrijwilligers. Voor hen komt er een aparte regeling zodat zij niet hoeven te betalen voor het opgeruimde zwerfafval. Hoe dit vorm krijgt, is op dit moment nog niet bekend.
Zij krijgen misschien een speciale zwerfafvalpas waarmee zij het verzamelde zwerfafval weggooien in de ondergrondse containers voor restafval. Of zij krijgen een aantal gratis stortingen op hun ‘eigen’ pas: dat betekent gratis openingen van de container op hun afvalpas.

Nascheiding

Grondstoffen kunnen ook achteraf, machinaal uit het restafval worden gehaald. Dat kan echter alleen met plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken (pmd). Het achteraf scheiden van gft, papier en karton, verpakkingsglas en textiel kan technisch (nog) niet. Op dit moment zit er nog 10% aan herbruikbaar pmd in het restafval. Nascheiding kan dus maximaal 10% restafvalreductie opleveren, maar daarmee halen we de 100 kg doelstelling bij lange na niet.

Omdat voor het nascheiden van pmd een extra verwerkingsslag nodig is die extra kosten met zich meebrengt. Daarnaast geeft onze afvalverwerker HVC aan dat de kwaliteit van het nagescheiden pmd minder hoog is en dit nagescheiden pmd dus minder hoogwaardig kan worden hergebruikt dan door inwoners thuis (bron)gescheiden pmd. Voor hergebruik is een zo schoon mogelijk ingezamelde stroom nodig, met zo min mogelijk vervuiling van restafval. Dat bereik je door thuis te scheiden, op het moment dat je het pmd weggooit. Vervuiling die er niet inzit, hoef je er later ook niet uit te halen.

Nee. De techniek rond nascheiding is sterk in ontwikkeling. Samen met afvalverwerker HVC volgen we deze ontwikkelingen op de voet.  Als de kwaliteit van het nagescheiden pmd beter wordt en de kosten geen beletsel meer vormen, wordt het nascheiden van pmd heroverwogen.   

Milieupas

Om het gebruik van ondergrondse containers te kunnen registreren gaan we adresgebonden milieupassen gebruiken. De koppeling van adresgegevens met de gegevens van lediging zijn volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) persoonsgegevens. Wij mogen deze gegevens alleen onder speciale voorwaarden vastleggen. Dit is door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bepaald in de Arnhemse afvalpas kwestie. Deze of soortgelijke doelen moeten daarvoor wel zijn vastgelegd en gecommuniceerd, en er moet voldaan zijn aan een aantal beginselen en uitgangspunten. Zo moeten persoonsgegevens rechtmatig, behoorlijk en transparant worden verwerkt.

Luierafval

Simpelweg omdat er nog geen goede verwerkingsmogelijkheid voor is in Nederland. Er wordt wel veel onderzoek naar gedaan. Ook is er al een eerste (proef)fabriek van start gegaan met het verwerken van luierafval. Zodra de resultaten daar aanleiding toe geven en er voldoende verwerkingscapaciteit is, zal het gescheiden inzamelen van luierafval worden ingevoerd.

Ophalen grof huishoudelijk afval

Een tarief voor grof huishoudelijk afval blijkt zeer effectief te zijn om afvalscheiding te stimuleren verbrandbaar grof huishoudelijk afval te reduceren. Door een tarief te heffen op het grof afval stimuleren we inwoners hun grof huishoudelijk afval te demonteren en gescheiden af te geven bij een milieustraat, zodat de grondstoffen daaruit worden gerecycled. Zo draagt het optimaal bij aan het circulair en duurzaam maken van het afvalbeheer in de regio.

Een tweede reden  voor het invoeren van tarieven is het weren van bedrijfsafval op de milieustraten. De huidige ‘bedrijfswagen-regel’ waarbij busjes met grijs kenteken worden geweerd, werkt onvoldoende. Met de invoering van tarieven verdwijnt het financiële voordeel voor aannemers en hoveniers om ‘gratis’ hun bedrijfsafval te storten. Bedrijven moeten in principe zelf  zorgen voor de afvoer van hun bedrijfsafval en moeten daarvoor zelf betalen. Het is nooit de bedoeling dat inwoners betalen voor de afvoer van bedrijfsafval.

Veel inwoners laten een aannemer hun verbouwing of tuinrenovatie uitvoeren. De aannemer zorgt dan voor het afvoeren van het afval. De klant betaalt daarvoor. Wanneer een inwoner de werkzaamheden zelf uitvoert en het afval naar het afvalbrengstation brengt, worden de kosten niet door hem zelf gedragen maar door alle inwoners. En dat is niet eerlijk.

Het ophaaltarief voor grof huishoudelijk afval wordt op hetzelfde moment ingevoerd als het recycletarief op het gewone restafval. Daarmee voorkomen we dat het gewone huisvuil gratis als grof huishoudelijk afval wordt aangeboden.

Milieustraten

Om u als bezoeker te stimuleren afval en grondstoffen te scheiden, zorgen we dat de inrichting en uitstraling van de milieustraten die er nu zijn meer gericht zijn op ontvangen, informeren, hulp en advies aan bezoekers. Onze milieustraten hebben deze inrichting en uitstraling nog niet. Ook al scheiden we daar al meer dan twintig soorten grondstof.

Ook willen we op de milieustraten zoveel mogelijk samenwerken met onze partners in het circulaire netwerk. Vianen en Leerdam verdienen daarbij de meeste aandacht. Maar ook op de andere locaties zijn verbeteringen mogelijk. Als het noodzakelijk is een milieustraat te verplaatsen, dan zorgen we dat deze goed bereikbaar is voor inwoners.

De verspilling van grondstoffen verminderen is geen taak van de gemeenten en Waardlanden alleen. Een circulair netwerk is een netwerk van overheid, bedrijven, stichtingen en verenigingen die zich samen inspannen voor het hergebruik van grondstoffen en materialen. In het netwerk brengen we de milieustraat samen met kringloop, reparatie, duurzaam ondernemen, participatie en educatie. Zo is er hergebruik van producten en materialen van hoge kwaliteit. Deze activiteiten hoeven niet noodzakelijk bij de milieustraten plaats te vinden. Deze samenwerking dragen bij aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen (circulariteit). Het circulaire netwerk kan ook andere gemeentelijke doelen dienen, bijvoorbeeld binnen het sociale of economische domein.