Algemeen

In de vier Waardlanden-gemeenten produceren inwoners nu nog jaarlijks gemiddeld 232 kilogram restafval. Dit ligt nog ver af van de landelijke doelstelling van maximaal 100 kilogram. 70% van die 232 kilogram bestaat uit herbruikbare materialen, 162 kilogram is geen afval maar grondstoffen. Behalve vanuit het oogpunt milieu en duurzaamheid is minder restafval ook nodig om de kosten van afvalverbranding te beheersen. Door de verbrandingsbelasting van het Rijk wordt het verbranden van restafval steeds duurder. De vier gemeenten willen meer circulair worden, dat wil zeggen meer hergebruik en minder restafval. Het nieuwe beleid draagt eraan bij om dit doel te behalen. De laatste keer dat het beleid is geactualiseerd was in 2014. 

Om tot een circulaire economie te komen, zijn ingrepen nodig in de hele keten: bij de winning van grondstoffen, de productie van goederen en (verpakkings)materialen tot de inzameling en verwerking van afgedankte goederen en materialen. Door al in een vroeg stadium in de keten rekening te houden met de verwerking van goederen en verpakkingen in de afdankfase, kan veel ‘circulaire’ winst worden gehaald. Op Rijksniveau, door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Afvalbedrijven (VA), wordt al veel invloed uitgeoefend op producenten om hergebruikvriendelijke producten en materialen op de markt te brengen.

In het nieuwe beleidsplan stellen we een aantal maatregelen voor om de invloed van de Waardlanden-gemeenten op de landelijke discussiethema’s te vergroten. De gemeenten hebben zelf ook een verantwoordelijkheid zich maximaal in te spannen om zoveel mogelijk grondstoffen gescheiden in te zamelen en her te gebruiken. De gescheiden inzameling en verwerking van papier/karton, verpakkingsglas en blik liggen nu al op een zeer hoog niveau. Rond de 85% van deze materialen wordt al gerecycled. De gescheiden inzameling van plastic verpakkingen is relatief nieuw en nog volop in ontwikkeling.

De circulaire doelstellingen van het Rijk zijn vastgelegd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP). Alle overheden moeten bij de uitvoering van hun afvalbeheertaken rekening houden met het LAP. Dit betekent dat de doelstellingen van het Rijk moeten worden overgenomen in de lokale beleidsplannen. Echte sancties voor het niet behalen van de Rijksdoelstellingen zijn er niet. Wel is het zo dat het Rijk een verbrandingsbelasting voor restafval heeft ingesteld. Hiermee stimuleert het Rijk de gemeenten om zo veel mogelijk afval te scheiden en daardoor het restafval te beperken. Gemeenten die geen werk maken van de circulaire economie en dus veel restafval hebben, betalen meer verbrandingsbelasting dan gemeenten die wél werk maken van de circulaire economie.   

Ja! Afval is een belangrijke grondstof. Alle afvalstromen die gescheiden worden ingezameld worden apart verwerkt voor recycling. Dit geldt voor gft, oud papier, glas, textiel, plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken, batterijen en diverse grof huishoudelijke afvalstromen die naar de milieustraten worden gebracht. Recycling is goed voor het milieu én de gemeente krijgt een vergoeding voor de recyclebare stromen van de afvalverwerkers. Alle inkomsten en lasten worden samen verwerkt in de afvalstoffenheffing, die door het beter scheiden van herbruikbare materialen zo laag mogelijk wordt gehouden.

Nee. Alleen het afval uit de restafval-container wordt verbrand in afvalverbrandingsinstallaties. De overige stromen zoals gft, oud papier, glas, textiel, plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken, batterijen en diverse grof huishoudelijke afvalstromen die naar de milieustraten worden gebracht, worden verwerkt en gerecycled.

Het verminderen van verspilling van grondstoffen is geen taak van de gemeenten en Waardlanden alleen. Een Circulair Netwerk is een netwerk van overheid, bedrijven, stichtingen en verenigingen die zich samen inspannen voor het hergebruiken van grondstoffen en materialen. Binnen het netwerk wordt de brengfunctie van de milieustraat gecombineerd met kringloop, reparatie, duurzaam ondernemen, participatie en/of educatie, zodat hoogwaardig product- en materiaalhergebruik plaatsvindt. Deze activiteiten hoeven niet noodzakelijk bij de milieustraten plaats te vinden. Door samenwerking kan meer resultaat behaald worden op gemeentelijke duurzaamheidsdoelen (circulariteit). Het Circulair Netwerk kan ook andere gemeentelijke doelen dienen, bijvoorbeeld binnen het sociale of economische domein.

Recycletarief

Een recycletarief houdt in dat u gaat betalen per keer dat u de grijze restafvalcontainer aan de straat zet, of een restafvalzak in de ondergrondse restafvalcontainer aanbiedt. Tegelijk met de invoering van het recycletarief wordt het huidige vaste tarief verlaagd. Daarmee wordt de afvalstoffenheffing variabeler gemaakt, volgens het principe 'de vervuiler betaalt’. Hoe beter u uw afval scheidt, hoe minder restafval u heeft. En hoe minder vaak u restafval (tegen betaling) hoeft aan te bieden. U betaalt dus niet per kilo (dus niet op basis van gewicht), maar per keer dat u restafval aanbiedt. 

De afvalstoffenheffing gaat dus bestaan uit een vast tarief, dat voor iedereen gelijk is, en een variabel tarief dat beïnvloedbaar is door uw afval goed te scheiden. Uw gemeente stelt de hoogte van beide tarieven vast.

Een recycletarief blijkt zeer effectief te zijn om het scheiden van afval door inwoners te stimuleren waardoor de hoeveelheid verbrandbaar restafval afneemt. Daardoor draagt het optimaal bij aan het circulair en duurzaam maken van het afvalbeheer in de regio. De ervaring bij andere gemeenten leert dat de 100 kg doelstelling van het Rijk niet haalbaar is zonder invoering van een recycletarief. Ofwel, bijna alle gemeenten die op dit moment minder dan 100 kg per inwoner per jaar aan restafval produceren, hebben een recycletarief ingevoerd. Voorbeelden daarvan in onze regio zijn de gemeenten in de Betuwe (AVRI-gemeenten), de gemeente Altena en de Hoeksche Waard (RAD). Waar wij de term ‘recycletarief’ gebruiken, noemen andere gemeenten het een variabel tarief.

Ja, die zijn er wel en worden ook voorgesteld in de strategienota, zoals extra containers voor glas en papier in de wijk, het verstrekken van een klein gft-bakje voor in de keuken en extra voorlichting over het nut en de noodzaak van afvalscheiding. Maar deze maatregelen alleen zijn niet voldoende om de circulaire ambities waar te maken.

De ervaring bij andere gemeenten die een recycletarief hebben ingevoerd, leert dat dit een tijdelijk probleem kan zijn. Als men eenmaal gewend is aan het nieuwe tariefsysteem - meestal na een maand of drie – neemt het dumpen van zakken afval af. Goede voorlichting over afval scheiden (wat hoort waar?) en uitleg over hoe u minder restafval kunt produceren, helpt om het goed te doen en daardoor zullen minder mensen afval gaan dumpen.

Sommige inwoners van buurgemeenten bieden hun restafval nu in de vrij toegankelijke ondergrondse restafvalcontainers en milieustraten van de Waardlanden-gemeenten aan. Door de ondergrondse containers af te sluiten (met een pasjessysteem) en een recycletarief in te voeren, sluiten de Waardlanden-gemeenten aan op hoe de buurgemeenten het doen. Het  afvaltoerisme zal daardoor eerder afnemen dan toenemen.  

Door de invoering van een recycletarief wordt ook misbruik van de ondergrondse containers door ondernemers voorkomen. Zij hebben dan geen financieel voordeel meer door hun afval gratis in de ondergrondse containers aan te bieden.

Dan is het zaak dit zo snel mogelijk op te ruimen, nadat er opsporingsonderzoek (handhaving) heeft plaatsgevonden. In het plan en de begroting is rekening gehouden met meer inzet van handhaving en opruimploegen. Overigens is de ervaring bij andere gemeenten dat afvaldump bijna nooit tot onbeheersbare situaties leidt. In de praktijk vallen deze negatieve effecten van een recycletarief dus mee.

Voor de invoering van een recycletarief moet het inzamelsysteem worden aangepast. De kosten daarvoor, inclusief de andere extra lasten die bij een variabel tarief komen kijken (zoals kosten van dataverwerking, communicatie en handhaving), worden volledig ‘terugverdiend’ door de uitgespaarde verwerkingskosten van restafval. De totale kosten voor afvalbeheer zijn bij een deels variabele heffing lager dan bij een volledig vaste heffing. De meeste huishoudens zijn dus ook voordeliger uit met een variabele heffing, tenzij u heel veel afval produceert of u uw afval slecht scheidt.

Als we uitgaan van het gelijkheidsprincipe, dan kost iedere liter restafval evenveel. Het maakt niet uit of u dit afval in een minicontainer of een ondergrondse wijkcontainer aanbiedt. Een afvalinworp van 60 liter in een wijkcontainer moet volgens het gelijkheidsprincipe dus ¼ van het tarief bedragen van het aanbieden van een 240 liter minicontainer.

Betalen per kilo is technisch gezien ingewikkelder en dus ook duurder om in te voeren dan betalen per keer dat u restafval aanbiedt. Daarnaast is betalen per keer minder gevoelig voor misbruik. Als iemand anders afval in een restafvalcontainer gooit wanneer deze aan straat staat, heeft dit geen invloed op het te betalen bedrag. Het afval wordt namelijk niet gewogen.

Zolang we bijvoorbeeld luiers nog niet kunnen recyclen moeten ze bij het restafval worden gedaan. Met het recycletarief leidt dat tot extra hoge kosten. De vraag is of dat redelijk is. Huishoudens met baby’s hebben het extra luierafval voor een bepaalde periode en er ligt een bewuste keuze aan ten grondslag.

Dat geldt niet voor mensen met medisch afval. Bij deze categorie inwoners is het extra restafval voor ‘onbepaalde tijd’. En het is géén bewuste keuze. Veel gemeenten die een recycletarief hebben ingevoerd geven daarom compensatie aan deze doelgroep, bijvoorbeeld door hen voor een aantal restafvalaanbiedingen niet te laten betalen. De exacte invulling van deze regeling voor de Waardlanden-gemeenten wordt in het kader van het doelgroepenbeleid nog verder uitgewerkt en voorgelegd aan de gemeenteraden. 

Uiteraard is het niet de bedoeling dat mensen die vrijwillig zwerfafval in de openbare ruimte opruimen, daardoor financieel worden benadeeld. De gemeenten zijn juist heel erg blij met deze vrijwilligers. Voor hen komt er een aparte regeling zodat zij voor het opgeruimde zwerfafval niet hoeven te betalen. Hoe een en ander precies vorm krijgt is op dit moment nog niet bekend. Zij krijgen wellicht een speciale 'zwerfmilieupas' waarmee zij het verzamelde zwerfafval weggooien in de ondergrondse containers voor restafval. Of zij krijgen een aantal gratis stortingen op hun ‘eigen’ pas: dat betekent gratis openingen van de container op hun milieupas.

Het is de bedoeling dat het recycletarief op 1 januari 2023 wordt ingevoerd in de gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam en Molenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden heeft nog niet besloten óf, zo ja wanneer het recycletarief ook daar wordt ingevoerd. Maar dat zal in elk geval dus niet op 1 januari 2023 zijn.  

Afvalstoffenheffing

Dat hangt af van hoe een huishouden afval scheidt. Hoe beter het afval wordt gescheiden, hoe minder restafval er overblijft en hoe minder vaak restafval (tegen recycletarief) hoeft te worden aangeboden. Huishoudens die hun afval slecht scheiden kunnen dus duurder uit zijn, maar dat is dan wel een eigen keuze.

We hebben berekend dat de exploitatielasten van het nieuwe inzamelsysteem met variabele heffing, ongeveer even hoog zijn als de exploitatielasten van het huidige inzamelsysteem. Wel zal er de eerste jaren sprake zijn van ‘eenmalige implementatiekosten’ om het nieuwe systeem in te voeren.

Nascheiding

Grondstoffen kunnen ook achteraf, machinaal uit het restafval worden gehaald. Dat kan echter alleen met plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken (pmd). Het achteraf scheiden van gft, papier en karton, verpakkingsglas en textiel kan technisch (nog) niet. Op dit moment zit er nog 10% aan herbruikbaar pmd in het restafval. Nascheiding kan dus maximaal 10% restafvalreductie opleveren, maar daarmee halen we de 100 kg doelstelling bij lange na niet.

Omdat voor het nascheiden van pmd een extra verwerkingsslag nodig is die extra kosten met zich meebrengt. Daarnaast geeft onze afvalverwerker HVC aan dat de kwaliteit van het nagescheiden pmd minder hoog is en dit nagescheiden pmd dus minder hoogwaardig kan worden hergebruikt dan door inwoners thuis (bron)gescheiden pmd. Voor hergebruik is een zo schoon mogelijk ingezamelde stroom nodig, met zo min mogelijk vervuiling van restafval. Dat bereik je door thuis te scheiden, op het moment dat je het pmd weggooit. Vervuiling die er niet inzit, hoef je er later ook niet uit te halen.

Nee. De techniek rond nascheiding is sterk in ontwikkeling. Samen met afvalverwerker HVC volgen we deze ontwikkelingen op de voet.  Als de kwaliteit van het nagescheiden pmd beter wordt en de kosten geen beletsel meer vormen, wordt het nascheiden van pmd heroverwogen.   

Milieupas

Om het gebruik van ondergrondse containers te kunnen registreren gaan we adresgebonden milieupassen gebruiken. De koppeling van adresgegevens met de gegevens van lediging zijn volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) persoonsgegevens. Wij mogen deze gegevens alleen onder speciale voorwaarden vastleggen. Dit is door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bepaald in de Arnhemse afvalpas kwestie. Deze of soortgelijke doelen moeten daarvoor wel zijn vastgelegd en gecommuniceerd, en er moet voldaan zijn aan een aantal beginselen en uitgangspunten. Zo moeten persoonsgegevens rechtmatig, behoorlijk en transparant worden verwerkt.

Luierafval

Simpelweg omdat er nog geen goede verwerkingsmogelijkheid voor is in Nederland. Er wordt wel veel onderzoek naar gedaan. Ook is er al een eerste (proef)fabriek van start gegaan met het verwerken van luierafval. Zodra de resultaten daar aanleiding toe geven en er voldoende verwerkingscapaciteit is, zal het gescheiden inzamelen van luierafval worden ingevoerd.

Ophalen grof huishoudelijk afval

Een tarief voor grof huishoudelijk afval blijkt zeer effectief te zijn om afvalscheiding te stimuleren verbrandbaar grof huishoudelijk afval te reduceren. Door een tarief te heffen op het grof afval stimuleren we inwoners hun grof huishoudelijk afval te demonteren en gescheiden af te geven bij een milieustraat, zodat de grondstoffen daaruit worden gerecycled. Zo draagt het optimaal bij aan het circulair en duurzaam maken van het afvalbeheer in de regio.

Een tweede reden  voor het invoeren van tarieven is het weren van bedrijfsafval op de milieustraten. De huidige ‘bedrijfswagen-regel’ waarbij busjes met grijs kenteken worden geweerd, werkt onvoldoende. Met de invoering van tarieven verdwijnt het financiële voordeel voor aannemers en hoveniers om ‘gratis’ hun bedrijfsafval te storten. Bedrijven moeten in principe zelf  zorgen voor de afvoer van hun bedrijfsafval en moeten daarvoor zelf betalen. Het is nooit de bedoeling dat inwoners betalen voor de afvoer van bedrijfsafval.

Veel inwoners laten een aannemer hun verbouwing of tuinrenovatie uitvoeren. De aannemer zorgt dan voor het afvoeren van het afval. De klant betaalt daarvoor. Wanneer een inwoner de werkzaamheden zelf uitvoert en het afval naar het afvalbrengstation brengt, worden de kosten niet door hem zelf gedragen maar door alle inwoners. En dat is niet eerlijk.

Het ophaaltarief voor grof huishoudelijk afval wordt op hetzelfde moment ingevoerd als het recycletarief op het gewone restafval. Daarmee voorkomen we dat het gewone huisvuil gratis als grof huishoudelijk afval wordt aangeboden.

Milieustraten

Om bezoekers te stimuleren afval en grondstoffen te scheiden wordt de inrichting en uitstraling van de huidige milieustraten meer gericht op het ontvangen, informeren en faciliteren van de bezoekers. Onze milieustraten hebben deze inrichting en uitstraling nog niet, ook al scheiden we daar al meer dan 20 grondstofstromen.

Ook willen we op de milieustraten zoveel mogelijk samenwerken met onze partners in het circulaire netwerk. Vianen en Leerdam verdienen daarbij de meeste aandacht. Maar ook op de andere locaties zijn verbeteringen mogelijk. Als her-locatie van een milieustraat noodzakelijk zal blijken te zijn, waarborgen we de bereikbaarheid voor de inwoners.