Veel inwoners hebben vragen over het afval- en grondstoffenbeleid, afval scheiden en de afvalstoffenheffing. Dat is begrijpelijk. Daarom vindt u hier antwoorden op veelgestelde vragen over het afval- en grondstoffenbeleid.

Heeft u een andere vraag? Stel ons uw vraag. Wij doen ons best uw vraag zo goed mogelijk te beantwoorden. En u helpt gelijk deze lijst met veelgestelde vragen aan te vullen.

Er zijn steeds minder grondstoffen, de kosten voor het verwerken van restafval lopen op en landelijke en Europese regels veranderen. Daarnaast verandert de manier waarop we naar afval kijken. Het gaat niet alleen meer om inzamelen, maar om het voorkomen van afval, hergebruik en het beter benutten van grondstoffen. 

In het restafval zitten nog waardevolle grondstoffen en de doelstelling van gemiddeld 100 kilo per inwoner per jaar is nog niet gehaald. Daarnaast blijkt uit analyses dat een groot deel van het restafval nog uit waardevolle grondstoffen bestaat, zoals gft en pmd. 

 

Inwoners hebben we nadrukkelijk betrokken bij de totstandkoming van het huidige afval- en grondstoffenbeleid. Wensen, motieven en beleving zijn in het voorjaar van 2020 geïnventariseerd met een bewonersenquête. Uit deze enquête kwamen goede suggesties. Deze suggesties hebben we aangevuld met onze suggesties en mogelijke maatregelen, en begin 2021 opnieuw voorgelegd in een tweede bewonersenquête.

De afgelopen jaren is er in de Waardlanden-gemeenten veel bereikt. Inwoners scheiden afval en grondstoffen steeds beter en de hoeveelheid restafval is duidelijk gedaald. Sinds 2020 is het restafval per inwoner afgenomen van gemiddeld 223 kilo per jaar naar 129,5 kilo in 2025. Dat is een daling van ruim 90 kilo per inwoner. 

 

De circulaire doelstellingen van Rijkoverheid zijn vastgelegd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3). Alle overheden moeten hiermee bij de uitvoering van hun afvalbeheertaken rekening houden. Dit betekent dat zij de doelstellingen van Rijksoverheid moeten overnemen in de lokale beleidsplannen. Echte sancties voor het niet behalen van de rijksdoelstellingen zijn er niet. Wel is het zo dat Rijksoverheid een verbrandingsbelasting voor restafval heeft ingesteld. Hiermee stimuleert zij gemeenten zo veel mogelijk afval te scheiden en daardoor het restafval te beperken. Gemeenten die geen werk maken van de circulaire economie en dus veel restafval hebben, betalen meer verbrandingsbelasting dan gemeenten die wél werk maken van de circulaire economie.

Omdat er steeds minder grondstoffen zijn, is het belangrijk dat we meer hergebruiken. Zo hoeven we minder nieuwe materialen uit de aarde te halen. Hiervoor moeten we met elkaar veranderingen doorvoeren in alle schakels van de keten: te beginnen bij de winning van grondstoffen, de productie van goederen en (verpakkings)materialen tot de inzameling en verwerking van afgedankte goederen en materialen. Als we in het begin van de keten rekening houden met de verwerking van goederen en verpakkingen in de afdankfase, kunnen we met elkaar veel circulaire winst behalen.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging Afvalbedrijven (VA) oefent op rijksniveau al veel invloed uit op producenten om hergebruikvriendelijke producten en materialen op de markt te brengen.

In de strategienota 2021-2025 stellen we een aantal maatregelen voor om de invloed van onze gemeenten op de landelijke discussiethema’s te vergroten. De gemeenten hebben ook een verantwoordelijkheid zich maximaal in te spannen om zoveel mogelijk grondstoffen gescheiden in te zamelen en te hergebruiken.

De gescheiden inzameling en verwerking van papier en karton, verpakkingsglas en blik liggen nu al op een zeer hoog niveau. Rond de 85 procent van deze materialen wordt al gerecycled. De gescheiden inzameling van plastic verpakkingen is in verhouding nieuw en nog volop in ontwikkeling.

De komende jaren gaan we werk maken van minder afval. En daar is uw hulp bij nodig!